Mijn tatoeages

01 header tatoeages

Tatoeages worden steeds meer geaccepteerd in de maatschappij. Steeds meer mensen hebben wel ergens een plaatje of tekst verstopt. Sommige zitten vol, anderen hebben subtiele plekken gekozen voor hun kunstwerken. Vaak zit er achter zo’n ‘plaatje’ een verhaal. Bij mijn tatoeages in ieder geval wel.

02 chinees natasja

Deze tattoo is mijn souvenir uit China. In het Chinese schrift staat hier mijn naam: Natasja. Dat weet ik 100% zeker. Voordat ik hem liet zetten heb ik vreemden op straat aangesproken met het blaadje waar deze tekens op geschreven stonden. Allemaal vroegen ze: “Is your name Natasja?”.
Maar even terug naar het begin. Ik was in China op tournee met een showorkest waarin ik dwarsfluit speelde. Dit was eind april, begin mei 2008. Een geweldige ervaring.
Roy speelde ook in dat orkest (zo hebben we elkaar ook leren kennen) en wilde ook al langere tijd een tatoeage. Allebei wisten we nog niet wat we precies wilden. Toevallig hebben 2 anderen stellen zich ook in China laten tatoeëren en zodoende wisten we dat – als we goed op zoek gingen – het in China ook gewoon veilig kon gebeuren. En véél goedkoper!
Op de laatste dag van onze reis waren we weer terug in Shanghai (daar was de reis ook begonnen) en konden we in de avond de stad nog bezoeken. Ondertussen had zowel Roy als ik bedacht wat we wilden en zorgden we ervoor dat de reisleiding dit voor ons netjes op een papiertje zette. Samen met Roy, zijn vader (die ook in dat orkest speelde) en een andere gitarist gingen we op zoek naar een shop. Ondertussen spraken we vreemden aan om te checken of het Chinees op ons papiertje wel klopten. Ik denk dat we zeker 20 Chinezen aangesproken hebben. Bij de vraag waar zo’n shop was werd ons de weg gewezen. We kwamen ergens uit waar ik het niet vertrouwde en Roy gelukkig ook niet. We kwamen bij een schuurtje. Daar moesten we een gammele trap op en werden we een kamertje binnen geloosd. Mijn god…. Het zag er vies en onprofessioneel uit. No way dat ik mij daar liet tatoeëren. We renden nog nét niet weg, maar hebben wel vriendelijk bedankt.

Met nog maar weinig tijd op de klok gingen we verder zoeken. Uiteindelijk werd ons verteld dat we opzoek moesten naar een kapperszaak waar zo’n ouderwetse rood witte paal bij stond. Rond een uur of half 10 ’s avonds vonden we er een. We haasten ons er naar toe want de winkels zouden zo wel gaan sluiten. De kapperszaak was nog open maar de tatoeëerder bleek naar huis te zijn. Toch moesten we blijven. Wat bleek? Ze belden de beste man op dat hij klanten had. En zodoende werden we getatoeëerd. Echter sprak deze man maar gebrekkig Engels, maar door ons briefje en non-verbale communicatie konden we duidelijk maken wat we wilden en wat de prijs zou worden.

Mijn eerste tattoo was een feit. En de pijn? Die viel reuze mee. Hij is gezet op mijn linker pols en alleen bij de aderen die wat hoger liggen deed het licht pijn. Echter was een tatoeage zetten op de laatste dag geen succes. Bij de terugreis stootte ik steeds per ongeluk tegen Roy zijn arm (die heeft het woord voor muzikant op dezelfde pols staan) en dat deed hem behoorlijk pijn. Tja. Hoort erbij zullen we maar zeggen.

03 vlinder tatoeageDit is mijn tweede tatoeage en een dierbare herinnering. Ik ga hem eerst voor jullie inzoomen zodat de details wat duidelijker zijn.

06 vlinder linksDit is linksonder.

04 vlinder maartjeHet midden van mijn rug.

05 vlinder rechtsEn mijn rechterschouderblad.

Een grote tattoo zoals je kunt zien.
Deze tatoeage heb ik in 2011 laten zetten. Het idee heb ik zelf bedacht. De uitwerking is gemaakt door een vriendin destijds.
De tattoo staat voor mijn verongelukte beste vriendin.

Het is maart 2005. Mijn ouders zijn deze maand 25 jaar getrouwd en als gezin gaan we op rondreis door Indonesië. We doorkruizen het eiland Java om te eindigen op het eiland Bali waar papa en mama hun huwelijksgelofte hernieuwen.
Een prachtige reis door Java hebben we gehad als we op 19 maart 2005 met de boot naar Bali willen reizen. We stappen net in ons privé busje die ons naar de boot brengt als papa ziet dat hij gebeld is door zijn broer. Papa stapt het busje uit om terug te bellen. Eén minuut later stapt ook mama het busje uit om met papa mee te luisteren. Nog één minuut later stapt mijn zus de bus uit om te gaan plassen.
En dan zit ik alleen in het busje. Mijn gedachtes beginnen te malen. Wat zou er zijn? Ome Wim zal vast alleen bellen als er iets belangrijks is. Ik denk meteen aan opa en oma. Wat zal er gebeurd zijn? Met deze enge gedachtes wil ik ook snel het busje uit en weten wat er is. Ik ren naar papa en mama toe en vraag ongerust of er iets met opa of oma is.
En dan krijg ik een antwoord die ik niet verwacht had.
“Maartje is verongelukt.” Ik zie de pijn in hun ogen wanneer ze mij dit mededelen. Niet alleen pijn om Maartje, maar ook pijn omdat ze weten hoeveel pijn dit mij gaat doen.
Zodra ik het hoor stort ik in. Ik zak op de grond. Tranen rollen over mijn wangen. Ik schreeuw: “Nee. Niet Maartje. Niet Maartje. Wat is er gebeurd? Hoe kan dit?”

Ik kom niet bij zinnen en papa en mama sleuren mij het hotel terug in om te kalmeren. Maar erg kalm wordt ik niet. Hoe kan dit nu? Mijn beste vriendin ga ik nooit meer zien. En ik kan niet eens afscheid komen nemen.
Nadat ik iets of wat gekalmeerd ben gaan we naar de boot en op weg naar Bali. Die bootreis is heerlijk. Ik word kalm van water en zee en het helpt om enigszins tot rust te komen. Wat nu?

Ik kan niet terug naar Nederland. Mama vertelt mij dat zij op Bali hun huwelijksgeloften gaan vernieuwen (iets wat Chantal en ik niet wisten) en daar horen wij ook bij. En ik weet ook zeker dat Maartje zou willen dat ik daar bij bleef. Maar dat betekende ook dat ik Maartje echt nooit meer zou zien.

In het hotel op Bali aangekomen bel ik meteen naar een andere vriendin. Ik hoor wat er gebeurt is. Maartje was op 18 maart 2005 op haar fiets op weg naar stage. Ze was al laat vertrokken en had haast. Bij het stoplicht aangekomen op de kruising waar ik met Maartje al miljoenen keren had overgestoken ging het mis. Het is een gevaarlijke kruising als je je niet aan de stoplichten houdt. Het stoplicht werd vlak voordat Maartje aankwam rood. Ze maakte de overweging om toch over te steken. Ze vergistte zich alleen in de tijd om over te steken. De vrachtwagen die aankwam rijden zou ze gezien hebben en daar zou ze ook voorbij kunnen. Maar het is een tweerijbaan. De auto die naast de vrachtwagen reed zou ze niet gezien hebben. En de bestuurder haar niet. En dus reed de auto zo tegen haar op. Ze werd door de lucht geslingerd en kwam meters verder pas in het gras neer.
Ze leefde nog wel. Ze is naar het ziekenhuis gebracht en daar constateerde de doctoren dat ze nog maar een paar % hersenactiviteit had. Dat zou betekenen dat ze alleen in leven gehouden kan worden met draadjes en elektronica, maar dat ze nooit meer iets zelf zou kunnen. Niet bewegen, niet praten. Ze heeft nog een paar uur in het ziekenhuis gelegen. En toen moest het gezin een keuze maken. Wilde Maartje donor worden ja of nee? Stom toevallig hadden ze het er een paar weken eerder nog over gehad. Maartje had fel gereageerd! “Natuurlijk moet je donor worden! Je kan er zelf toch niks meer mee en je kunt een ander mens zijn leven redden!”
En zodoende heeft Maartje – geloof ik – 7 organen gedoneerd. Ze heeft mensenlevens gered! Wat ben ik trots op haar!

Daarna is de stekker er – zogezegd – uitgetrokken. Want leven als een kasplantje zou Maartje zelf ook niet willen.

De dag dat ik terug kwam uit Indonesië is mijn vriendengroep mij komen ophalen. We fietsten naar het kruispunt. Ze lieten zien waar het is gebeurd. Daarna fietsten we naar het kerkhof waar ze inmiddels begraven lag. Vlinders vlogen er in het rond en dat terwijl de zon niet scheen. Mijn vrienden vertelden me dat die er al rond vliegen sinds Maartje begraven is.

Later die week ben ik bij Maartje’s ouders op visite gegaan. Wat was dat fijn. Zeker omdat ik geen afscheid heb kunnen nemen. Het praten met hen was heel fijn.
Er was wel een opnamen van de mis gemaakt. Deze kreeg ik mee om te bekijken, zodat ik toch een klein stukje had om af te sluiten. Het was een mooie begrafenis. In Indonesië had ik een brief geschreven. Deze brief is op de begrafenis namens mij door vrienden voorgelezen. Zo was ik er toch een beetje bij.

Bron afbeelding Brabants Dagblad

Maartje is 17 jaar geworden.

De vlinders bij haar graf inspireerde mij tot deze tattoo. Hij loopt schuin omhoog van links naar rechts. Linksonder begint het leven. Toch zie je daar ook een vlinder. Een vlinder van de zijkant omdat er mensen zijn die een kort leven krijgen. Hij kijkt naar rechts. Hij kijkt naar wat nog had kunnen komen. We gaan verder omhoog. We worden ouder en ontwikkelen ons. We komen de grote vlinder tegen met paarse rand. Deze vlinder is Maartje. Paars symboliseert haar lievelingskleur. Maartje overleed in de bloei van haar leven. We gaan verder omhoog. We zien een vlinder van de zijkant. Terugkijkend op een mooi en lang leven, waar de natuurlijke dood zich vind.

Ik weet dat het een lang verhaal is geworden, maar hoop dat jullie het toch heel mooi/leuk vonden om te lezen.

Heb je zelf tatoeages of zou je die ooit nog willen?

liefsnatasjaklein

 

5 Comments

Geef een reactie

CommentLuv badge

Close